De woelmuis die bleef
Op de prairie in Amerika leeft een klein knaagdier, de prairiewoelmuis. Twee dieren vinden elkaar en blijven daarna bij elkaar. Ze delen een nest, verzorgen samen hun jongen, en als de ander bang is geweest gaan ze naast hem zitten en likken zijn vacht. Verderop in de bergen leeft een bijna identiek neefje. Dat dier paart en gaat weer alleen verder.
Het verschil zit niet in het karakter. Het zit in de plek waar twee stofjes worden opgevangen, oxytocine en vasopressine. Bij de prairiewoelmuis liggen die ontvangers precies in het beloningsgebied. Samenzijn voelt daardoor goed, en die ene ander wordt onmisbaar.
Bij ons doen dezelfde stofjes mee. Hechten is geen zwakte en geen keuze. Het is iets ouds, dat we delen met een muis op een vlakte.

