De componist die zijn muziek nooit hoorde
Wenen, mei 1824. In een volle zaal klinkt voor het eerst de Negende symfonie van Beethoven, met daarin het lied dat de wereld over zou gaan, de Ode aan de Vreugde. Op het podium staat de componist zelf mee te dirigeren. Hij hoort er niets van. Beethoven was doof toen hij dit schreef.
Hij componeerde het stuk in stilte, noot voor noot, alleen in zijn hoofd. Toen het orkest uitgespeeld was, stond hij nog met zijn rug naar de zaal, bladerend in zijn partituur. Een zangeres pakte hem zachtjes bij de arm en draaide hem om. Pas toen zag hij wat hij niet kon horen: een zaal vol mensen die juichten en met zakdoeken zwaaiden, voor muziek die alleen in zijn stilte had bestaan.

