Probox Play
Campusrace
Jij en je tegenstander hebben ieder je eigen route van twaalf tegels. Elk goed antwoord zet je vooruit. Wie het eerst bij de laatste campus staat, wint de race.
Je krijgt vier antwoorden en een paar seconden. Goed antwoord: je zet stappen. Fout of te laat: je blijft staan, of je gaat terug — dat hangt af van je inzet.
In welk land staat de Sorbonne?
Na je antwoord zie je in één zin waarom dat het goede antwoord is. Even lezen mag; daarna is je tegenstander aan zet.
Meer stappen winst betekent minder bedenktijd, en tegels terug bij een fout antwoord. Sta je achter, dan kun je zo alsnog aanvallen.
Op drie tegels van je route ligt geluk klaar, en één keer per potje mag je aan het keuzerad draaien. Dat kan goed uitpakken. Of niet.
Land je er met een goed antwoord op, dan trek je een kanskaart: twee vooruit, één terug, je tegenstander één terug, een extra beurt of je superkracht terug.
Je speelt als een Legend en mag zijn kracht één keer inzetten. Win je de race, dan gaat er een universiteitsgebouw naar je trofeeënkast.
Daag je een vriend uit, dan kies je de inzet: een nieuwe trofee, of één uit je eigen kast — die je dus ook kwijt kunt raken.
Open wat je wil weten. De rest hoef je niet te lezen om te kunnen spelen.
Twee routes van twaalf tegels over de wereldbol, ieder met zijn eigen pion. Onderweg staan campussen; op de laatste staat de gouden vlag. De camera draait mee naar de speler die aan zet is.
Elke beurt krijg je één vraag met vier antwoorden, uit onderwerpen als dieren, koken, taal, sport en geschiedenis. Alledaagse dingen: je hoeft niet veel te weten om mee te kunnen.
Hoeveel tijd je hebt, bepaalt je inzet: 20, 12 of 8 seconden. Loopt de klok af, dan geldt dat als een fout antwoord. Na elk antwoord kleurt het goede vak groen en lees je in één zin hoe het zit.
Vragen die je al eens gezien hebt, komen achteraan in de rij.
Je kiest vóór de vraag. Hoe meer je waagt, hoe minder tijd je hebt en hoe harder een fout aankomt.
Kies je niets, dan staat hij op Zeker.
Tegel 4, 7 en 10 hebben een gouden rand met een vraagteken. Kom je er met een goed antwoord op te staan, dan trek je één kanskaart. Zet een straf of het rad je erop, dan gebeurt er niets.
Mild gehouden: een kanstegel is een afgeketste bal, geen aardverschuiving.
Eén keer per potje mag je vóór je vraag aan het rad draaien. Daarna beantwoord je gewoon nog je vraag, behalve als je je beurt kwijt bent. Twaalf vakken, en niet allemaal in je voordeel:
Je speelt als één Legend en gebruikt zijn kracht één keer per potje. Kies hem op het juiste moment.
Elke gewonnen race levert één universiteitsgebouw op voor je trofeeënkast. Er zijn acht gebouwen te verzamelen, van Oxford tot de Universiteit van Kaapstad.
Daag je een vriend uit, dan kies je de inzet: een nieuwe trofee die het systeem uitkiest, of één uit je eigen kast. Zet je een eigen trofee in en verlies je, dan is hij weg. Win je, dan staat hij dubbel in je kast.
In de kast tik je een gebouw aan om het in 3D te bekijken.
Vijf tegenstanders van de computer. Hoe scherper hij is, hoe vaker hij het goed heeft.
Elke gewonnen Campusrace levert één universiteit op. Verzamel ze allemaal.